NRC: Het einde van een krant
Elke ochtend haal ik een prop krantenpapier uit mijn brievenbus. Dat is dan de nieuwe NRC Handelsblad. Het nieuwe formaat maakt dat de krant de reis van Nederland naar België niet meer kan afleggen zonder ernstige schade op te lopen. Ik zou die prop het best meteen in de prullenmand gooien waar hij zo duidelijk thuishoort. Deze krant vraagt erom weggegooid te worden, steeds meer. Het is een heel slecht idee geweest de Vlaamse reclamejongen Peter Vandermeersch aan te trekken als hoofdredacteur. Hoe haalden ze het in hun hoofd!
Maar nu ze zoveel communisten in de gelederen hebben, lijken ze te denken: dit kan ook nog wel. Voor Vlamingen was hij geen onbekende. Tenslotte heeft hij hier al geprobeerd De Standaard om zeep te brengen. Onder zijn leiding werd die krant steeds onbenulliger, maar na zijn vertrek begint die weer langzaam overeind te komen. De totale genezing zal wel even duren, want het was een zware ziekte.
Zo’n Vandermeersch vertegenwoordigt Vlaanderen op z’n slechtst. Ik ken de toestanden in Nederland niet meer, maar ik ken wel de toestanden hier op de Kempense zandgronden en in het Vlaamse polderland. Daar begint men elke week met een nieuw blad. Men verzamelt wat adverteerders, zorgt voor wat wauwelteksten om de gaatjes tussen de reclame op te vullen – en hup, daar is een nieuwe glossy. Zo’n ding leeft zelden langer dan een jaar en heeft ook niets om een voortbestaan te rechtvaardigen. Maar de Vlaming streeft niet naar degelijkheid en naar langetermijnprojecten. Iets hoeft geen waarde en houdbaarheid te hebben als het maar geld opbrengt. ‘Take the money and run.’ Dat is de boodschap. Vandermeersch komt zijn geld nu bij jullie halen. Gefeliciteerd. De man doet mij altijd erg denken aan de socialistische burgemeester van Antwerpen, Patrick Janssens. Dat was een échte reclamejongen, die de socialistische partij even wat schijnleven inblies en daarna gauw een leuk postje voor zichzelf uitkoos.
Ik kan die Vanderermeersch niet zien, hoor. Ik heb een huizenhoog vooroordeel tegen mensen met trendy brillen. Ik zou ze allemaal de benen willen afzagen, opdat ze ook van onder modieuze prothesen kunnen gaan dragen. Maar nu ter zake. De ontwikkeling van NRC was al niet zo best natuurlijk. Men had daar al geld geroken – en bijzaken die eerst tot de Achterpagina beperkt bleven, begonnen zich over de hele krant uit te spreiden. Nu is echter het hek van de dam. Ik weet niet hoe die communisten zich erbij voelen, maar zelfs ik ben een ogenblik verbijsterd als ik bij het openslaan van dit dagblad het eerst een Jaguar over een hele bladzijde zie en prompt daarop een BMW. Daartussen staat dan een of ander lulverhaaltje.
De advertentieacquisitie is de hoofdzaak geworden. In de teksten struikel je over de taal- en tikfouten. En dat de mewewerkers ook niet veel kennis in huis hebben, schijnt er niet meer toe te doen. Zonet las ik nog tot mijn verbazing dat Kafka ‘romans als Die Verwandlung´ schreef, terwijl dit toch een kort verhaal is. En in een groot artikel over de tentoonstelling van Odilon Redon in het Grand Palais in Parijs wordt helemaal niet vermeld dat Redon via de Nederlandse kunstverzamelaar Andries Bonger banden met Nederland had. Tot 1975 bevond zich namelijk heel wat werk van Redon – ik heb het gezien – bij Bongers weduwe in Almen. De collectie, de grootste particuliere collectie van Redons ter wereld, ging voor een deel naar het Van Gogh Museum. Toch wel iets om te vermelden, lijkt me. Maar bij NRC zeggen ze: vul deze ruimte tussen de Jaguar en de BMW even, als je wilt. Wat er komt te staan, is van ondergeschikt belang.
De geniale Vanderermeersch, die als geen ander NRC om zeep kan brengen, heeft alle mogelijke trucs. Gebeurt er iets in de wereld, dan wordt daar mateloos op aangehaakt. Raakt de Japanse vis besmet met radioactiviteit, dan kun je volgens NRC ook best een groot interview met een Limburgse sportvisser plaatsen. En eigenlijk hoeft er geen aanleiding meer te zijn: heeft iemand een grapje gemaakt op de redactie, dan wordt er meteen ruimte vrijgemaakt om dit aan de wereld kond te doen. De lezers wordt ook gevraagd elk mopje in te leveren. Het gevoel voor humor ligt erg laag in deze krant. Kan Kamagurka nog wel eens grappig zijn op de voorpagina, van Fokke & Sukke, die best aardig tekenen, kun je toch werkelijk niet beweren dat ze enige geest hebben – om over de cartoons van Maike Meijer en Margôt Ros maar niet te spreken.
Al vóór de komst van Vanderermeersch is men ermee begonnen van NRC zowel een dagblad als een weekblad te maken, maar ook nog een maandblad en zo mogelijk eveneens een beroepsblad voor zo veel mogelijk branches. De juristen komen op gezette tijden aan bod, de dokters idem, en zo kun je wel doorgaan, hè? Damesblad is de NRC nu uiteraard ook en ik wacht op de eerste breipatronen. Ik weet niet of u wel eens naar de Duitse televisie kijkt. Daar laten ze geregeld films en zelfs series zien die evident betaald zijn door een toeristische bestemming. Hebben we het speurwerk van commissaris Raben op Majorca gehad, dan krijgen we een drama op de Seychellen. Zo’n film begint er meestal mee dat de hoofdpersoon uit het vliegtuig stapt, de longen vol zuigt en vergenoegd meldt dat de lucht daar zo zuiver is. En lekker warm! Dan wordt in een open auto langs fraaie kronkelwegen naar het riante hotel gereden. Verdachten en getuigen worden verhoord op de mooiste café- en restaurantterrassen. En ook alle bezienswaardigheden komen in beeld. Het is zo vreselijk doorzichtig, dat je er met plaatsvervangende schaamte naar kijkt, maar de formule draait nog steeds op volle toeren bij de Duitsers. Ik denk dat Vanderermeersch de formule ook wel gaat overnemen. We krijgen dan om te beginnen een Ibiza-nummer. Hij zal wel zo slim zijn een grote, oude foto van Jan Cremer voorop te zetten, zodat de toeristische bedoeling wat verborgen wordt. Daarna kunnen we met Vermeersch de hele wereld rond, zodat hij ook hier en daar een huis zal krijgen. Dat heeft hij dan wel verdiend – maar ik bedoel dit letterlijk.
Ik ga mijn abonnement op NRC waarschijnlijk opzeggen en ik hoop dat velen mijn goede voorbeeld volgen. Uiteindelijk heb ik een butler die de krant nog voor me strijkt elke ochtend, maar niet iedereen kan zich dat veroorloven.
Boudewijn van Houten (1939) is een Nederlandse schrijver die al sinds vele jaren in België woont. In 1970 debuteerde hij met Onze hoogmoed – het waargebeurde verhaal van een groep studenten die de PTT oplichtte. Andere bekende boeken van hem zijn Zoveel lol – een jaar in het studentencorps (herdrukt als De Ontgroening), Fout (de nuchtere balans van zijn jeugd in een collaborateursgezin) en Erotisch Dagboek. Van Houten bedrijft vele literaire genres. Recent verschenen Mijn auto’s (Een autobiografie) en Een lichtzinnig leven – beide uitgegeven door Aspekt.
