De elektrische auto is een modieus onding
De elektrische auto lijkt hard op weg het volgende zwaar gesubsidieerde hebbedingetje van het progressieve smaldeel van Nederland en Europa te worden. Als het aan de overheid ligt moet en zal deze auto door de strot van de burgers worden geduwd. En alles gefinancierd met het geld geklopt uit de zakken van diezelfde burger. Maar, zo zult u wellicht in eerste instantie geneigd zijn te denken, zo’n elektrische auto is toch hartstikke mooi. Hij stoot geen stinkende uitlaatgassen uit. Zijn motor maakt geen lawaai. Hij kan even snel accelereren als een auto op benzine, diesel of LPG. En ook de topsnelheid is vergelijkbaar. Wie kan daar nou op tegen zijn?
De elektrische automobiel is echter niet alleen helemaal te kek. Het is vooral ook een subsidieslurper van formaat. Zo’n vehikel is hèt excuus voor door de staat gelegaliseerde belastingontduiking. Er wordt namelijk veel minder belasting geheven over de (overigens zeer hoge) aanschafprijs van een elektrische auto, dan over die van een gewone auto. Op deze punten kan dit nieuwe hiplinkse speeltje de vergelijking met de windmolen met glans doorstaan. De productie is alleen door subsidies interessant gemaakt, de aanschaf en het gebruik alleen vanwege de lage belastingen of het geheel ontbreken daarvan.
U zult de enthousiaste voorstanders van de elektrische auto nooit met ook maar een woord horen reppen over het hele scala aan nadelen dat serieus gebruik van deze auto op grote schaal in de weg staat. Houdt u vast. Daar gaan we.
De accu’s die worden gebruikt in elektrische auto’s zijn een ware ramp. Ze zijn zwaar, duur en snel leeg. Het gaat veelal om accu’s van het type lithium-ion, die u waarschijnlijk al kent van uw laptop, mobieltje of digitale camera. Een doorsnee auto heeft ruim 400 kg aan accu’s nodig om een beetje actieradius te bereiken. Traditionele auto’s moeten gemiddeld om de 600 kilometer bijtanken. Elektrische auto’s dienen daarentegen iedere 150 kilometer opnieuw te worden opgeladen. En daar waar een gewone tankbeurt 5 à 10 minuten in beslag neemt, inclusief afrekenen, moet een elektrische auto een uur of vier met een stekker aan een oplaadpunt voor krachtstroom (380 volt) hangen, of zo’n acht uur aan normale stroom (220 volt), teneinde de accubatterij weer op te laden.
Bovendien gaat het rendement van de accu’s snel achteruit. Bij normaal dagelijks gebruik is de actieradius van een opgeladen auto na één jaar nog slechts zo’n 120 kilometer, na twee jaar zo’n 90 kilometer en na drie jaar 60 kilometer. Dat schiet natuurlijk niet op. Nu denkt u wellicht: “No problemo, dan koop ik toch gewoon om de paar jaar een setje nieuwe accu’s.” Maar daar mag u dan wel even zo’n €6.000,= of meer voor neertellen. Dat is geen kattenpis. Nog los van het geld dat u kwijt bent aan het gebruikelijke auto-onderhoud elk jaar.
Daarnaast bevatten versleten accu’s veel giftige afvalstoffen, in het bijzonder zware metalen. Deze vormen een grote belasting voor het milieu, indien ze niet vakkundig verwerkt worden. De recycling is een dure aangelegenheid. Daarbij blijft trouwens altijd nog zo’n 10% onbruikbaar schadelijk restafval over. Energie uit accu’s is dus niet zo groen als sommige politici ons willen doen geloven.
Tel daarbij op dat er helemaal niets wordt bespaard op de verbranding van fossiele brandstoffen en de uitstoot van CO2 in het volstrekt hypothetische geval dat mensen massaal zouden overstappen op de elektrische auto. Alle stroom die door deze auto’s wordt geconsumeerd dient immers te worden opgewekt in elektriciteitscentrales, die grotendeels draaien op kolen, gas en olie. En dat is ook nog eens 100% extra capaciteit bovenop het al bestaande elektriciteitsverbruik. Lekker milieuvriendelijk, maar niet heus.
Moderne elektriciteitscentrales hebben een rendement van zo’n 60%, als je de met fossiele brandstoffen opgewekte energie afzet tegen het potentieel dat uiteindelijk de consument bereikt via het stopcontact. Het rendementsverlies in de elektromotor zelf bedraagt circa 35%. De algehele efficiëntie van een motor in een elektrische auto komt daarmee uit op zo’n 25%. Dat is ongeveer even doelmatig als een benzinemotor, maar veel minder dan een dieselmotor. De laatste haalt immers met gemak een opbrengst van 45%. Kortom: de dieselmotor is niet alleen veel goedkoper dan een elektromotor, hij is ook nog eens veel efficiënter.
Een laatste punt dat niet mag worden vergeten is dat gigantische infrastructurele investeringen onontbeerlijk zijn om het rijden in elektrische auto’s voor de consument aantrekkelijk te maken. Alleen met de beschikbaarheid van een uiterst fijnmazig netwerk van oplaadpunten verspreid door heel Europa is massaal gebruik van dergelijke auto’s realistisch. Dat zo’n netwerk de komende decennia wordt verwezenlijkt lijkt mij een illusie.
Bent u een groene idealist? Hopelijk heb ik dan met het presenteren van deze batterij aan nuchtere feiten uw natte droom over de elektrische auto als redder van het milieu niet al te ruw verstoord. Nee, het zal gewoon nog decennialang een poenig hebbedingetje blijven, alle subsidies en fiscale vrijstellingen ten spijt. Een door de overheid gesponsorde gadget. Meer zit er helaas niet in.
Percolator, voor al uw sterke koffie

Met drogreden van links en de linkse lobby gaan we waan van alle dag in praktijk brengen. Hoe wordt de stroom opgewekt om de batterijen te laden ?
Natuurlijk met olie…… sic. Het is derhalve het paard achter de wagen spannen. Maar dat zijn ‘we’ wel gewend van de linkse slimmerikken.