De Partij van de Niet Arbeid
De laatste tijd wordt de ene na de andere theorie gelanceerd waarom de PvdA in elkaar is gestort. Bezorgd over de toekomst van de sociaal-democratie zal ik ook een duit in het zakje doen. Ik ben namelijk columnist en heb dus overal verstand van. De PvdA is ooit opgericht, de naam zegt het al, voor arbeiders. Dat waren destijds laag of niet opgeleide onbehouwen kerels (vrouwen zaten gewoon thuis) die in hun ketelpakkie na tien uur lang vies werk te hebben verricht naar moeders pappot gingen of zich met goedkope ouwe jenever in de stamkroeg in slaap zopen. Een groep die langzaam is uitgestorven. De PvdA is daarom naar andere doelgroepen op zoek gegaan, die ‘kwetsbaar’ zijn. Zeg maar allochtonen, asielzoekers, junkies, werkschuw tuig. Daarmee is de Partij van de Arbeid in feite de Partij van de Niet Arbeid geworden. En de Partij van de Ambtenaren natuurlijk, maar dat komt zo ongeveer op hetzelfde neer…
Welnu, de PvdA heeft het – en ik kom meteen tot de kern – mis. De arbeider is helemaal niet uitgestorven, hij ziet er alleen anders uit. Hij draagt geen overall, maar een bandplooibroek met streepjeshemd of pak. En hij werkt niet in de fabriek, maar op een kantoor. Hij doet geen vies werk, maar schoon werk, achter een computer. Daar kun je trouwens ook arbeidsongeschikt van raken.
Nu ik er nog eens dieper over nadenk, kom ik zelfs tot een verbijsterende conclusie: ook ik ben een arbeider. Jawohl, Ich bin ein Arbeiter!
Waarom ben ik een arbeider? Welnu (noem me gek of old fashioned): ik arbeid. En hard ook. Niet alleen omdat ik dat leuk vind, maar ook omdat ik er mijn brood mee moet beleggen. Zoals velen met mij. Ik zal iets meer dan modaal verdienen, maar aangezien ik alleenstaand ben, in Amsterdam woon, nergens recht op heb, niet gehandicapt ben, noch psychisch in de war, onder hypotheekschuld gebukt ga, en het meeste geld moet doorsluizen naar de achterban van de Partij van de Niet Arbeid en de Ambtenaren, houd ik zo gek veel niet over. Laat ik het zo zeggen: net voldoende om een kapotte wasmachine te vervangen. Wat wil ik, de Nieuwe Arbeider?
- Eerst en vooral: veel minder belastinggeld betalen dat gaat naar kansloze onzinprojecten, kansloze asielzoekers, kansloze nietsnutten, kansloze corrupte buitenlanden en naar de ambtenaren die zich met al die kansloze zaken bezighouden.
- Een beetje orde op straat; criminelen, junkies, vandalen en randgroepjongeren mogen ze opvegen.
- Leuke buren, niet te veel hoofddoekjes.
- Geen gemorrel aan de hypotheekrente-aftrek.
- Geen gemorrel aan de AOW en WW (zolang ik dat laatste zelf betaal).
- Goed(koop) Openbaar Vervoer of anders een goed funtionerend wegenstelsel en gratis parkeergelegenheid in de stad (huidige situatie: geen van beide).
- Niet te veel bemoeizucht, want ik wil van mijn hard bij elkaar gearbeide geld lekker kunnen consumeren en niet van het kabinet horen hoeveel ik mag snoepen, wat ik mag roepen, of ik mag toepen, ennuh.. (ik zoek nog iets met –oepen, maar dat lukt niet) dat de woelrat gered moet worden.
- Vooruit: enige ontslagbescherming tegen op de beurs pokerende managers.
Ziedaar het simpele wensenpakket van de Nieuwe Arbeider. Ik denk dat het zeker een doelgroep is van enkele miljoenen. Maar de PvdA bedient deze doelgroep niet. Integendeel. Als de PvdA aan de macht is, moeten we juist meer belasting betalen, krijgen we meer hoofddoekjes, wordt er gerommeld aan de hypotheekaftrek en aan de AOW, lopen de junkies nog steeds op straat en staan we met zijn allen de hele dag in de file. Om over het moralistisch gezeur aan mijn kop maar niet te spreken. Fuck de woelrat!
Dus zeg ik: Nieuwe Proletariërs aller landen verenigt u!
(Dit artikel verscheen eerder op deze website en op Het Vrije Volk maar vanwege de alarmerende toestand bij de PvdA en omdat ik nu eenmaal graag de helpende hand reik, heb ik het herplaatst)

Veeg dan ook de vakbonden daarbij want die maken zich alleen druk om niet werkenden aow ww wao.
Terwijl de werkende leden contributie betalen.